Deens (dansk) is een Noord-Germaanse taal. Het is de taal van vrijwel alle Denen en de enige officiële taal van Denemarken. In de Deense gebiedsdelen de Faeröer en Groenland is het slechts de taal van een kleine groep, die echter wel, naast de volkstaal, officiële status geniet. Het Deens dat op de Faeröer gesproken wordt, wordt ook wel Gøtudanskt ("Straatdeens") genoemd. Ook in het Duitse Sleeswijk-Holstein woont een Deense minderheid; daar is Deens een officiële minderheidstaal. Het Deens wordt geschreven met het Deens-Noors alfabet, met na de Z de drie letters Æ, Ø en Å. De letters Q, W, X en Z worden nauwelijks gebruikt. Deze letters komen in de regel alleen voor in leenwoorden, zoals de woorden "weekend" en "sex".
Het Deens kent beperkte dialectische variatie; die dialecten staan ook nog eens onder druk door de dominantie van het Rijksdeens of Standaarddeens. Er zijn vooral de verschillen tussen het Jutlands enerzijds en het Eiland-Deens anderzijds. De Deense standaardtaal is gebaseerd op het Eiland-Deens; dat ook in het regeringscentrum Kopenhagen gesproken wordt. Aan een spreker van het Rijksdeens kan niet achterhaald worden waar zijn afkomst ligt aangezien het Rijksdeens in het gehele land gesproken wordt. Opmerkelijk is het Zuid-Jutlands, dat met Duitse en (Noord-)Friese woorden en klanken beïnvloed is.
Zoals het Noors en het Zweeds kent het Deens aanhechting van het bepaald lidwoord, unificatie in de vervoeging van werkwoorden (tegenwoordige tijd: alle personen op -(e)r, verleden tijd, zwakke verbuiging: alle personen op -ede of -te) en een meervoud op -(e)r. Ook de meeste in de andere Scandinavische talen merkbare klankprocessen hebben in het Deens plaatsgevonden. Deens heeft met het Zweeds, het Noord-Nederlands en het Fries gemeen dat er slechts twee woordgeslachten bestaan: geslachtelijk ofwel "zijdig" en ongeslachtelijk ofwel onzijdig. Opmerkelijk is dat de lettergrepen van een Deens woord geen toonhoogteverschillen kennen; het Deens mist dus de "zangerige" intonatie waardoor het Zweeds en Noors bepaalde kenmerken van toontalen bezitten. In plaats daarvan kent het Deens de zogenaamde glottisslag, in het Deens stød genoemd. Bij glottisslag is er meestal sprake van een volledige sluiting van de stembanden, maar bij de Deense stød gebeurt dit alleen in het extreemste geval. Meestal is de stød een gedeeltelijke afsluiting van de stembanden, of slechts een kleine onregelmatigheid of een kraak in de stem. Voor het uitspreken van stød is er eerst een stødbasis nodig. In de standaardtaal wordt alleen een stød uitgesproken na 1: een lange vocaal, of 2: op een stemhebbende consonant. Ook speelt de klemtoon een rol. Glottisslag is zeldzaam in de fonologie van de Indo-Europese talen.
Een klein lesje Deens
Hallo : Hej
Hoe gaat het: Hvordan har du det?
Goed: God
Dank u: Tak
Alsjeblieft: Gå videre
Sneeuw: sne
Een sneeuwscooter: een snescooter
Noorderlicht: Nordlys
Een rendier: et rensdyr
Een muts: een hat
Handschoenen: handsker
Ik neem de trein naar Denemarken - Jeg tager toget til Danmark
Zij rijdt in haar auto - Hun kører sin bil
Waar is de luchthaven? - Hvor er lufthavnen?
Woon je in een stad of in een dorp? - Bor du i en by eller en landsby?
Is er hier een camping? - Er der en campingplads her?
Waar is de supermarkt? - Hvor er supermarkedet?
De vlinder is mooi. - Sommerfuglen er smuk.
Ik heb een hobby. - Jeg har en hobby.
Ik drink koffie, thee, bier, wijn, frisdrank. - Jeg drikker kaffe, te, øl, vin, sodavand.
Jij eet aardappelen met vlees en groente. - Du spiser kartofler med kød og grøntsager.
Hij eet een boterham. - Han äter en sandwich.
een - en
twee - to
drie -tre
vier - fire
vijf - fem
zes - seks
zeven - syv
acht - otte
negen - ni
tien - ti
twintig - tyve
honderd - hundrede
duizend - tusind
miljoen - million
miljard - milliard
vader - far
moeder - mor
zoon - søn
dochter -datter
ik spreek - jeg taler
jij spreekt - du taler
hij/zij spreekt - han/hun taler
wij spreken - vi taler
jullie spreken/u spreekt - du taler
zij spreken - de taler
ik sprak - jag talte
jij sprak - du talte
hij/zij sprak - han/hun talte
wij spraken - vi talte|
jullie spraken/ u sprak - du talte
zij spraken - de talte
Meer leren? Hoge School van Omhuizen
Meer Denemarken? Menu Denemarken